September

4 september

Wortu fu Gado

Het Nederlands Bijbelgenootschap en het Surinaams Bijbelgenootschap werken op een aantal gebieden nauw samen. Zo brachten ze samen een Bijbelvertaling in het Sranan Tongo tot stand, de taal die in Suriname (naast het Nederlands) zeer veel wordt gesproken. Zijne Majesteit Koning Willem-Alexander kreeg op 4 september op Paleis Noordeinde een exemplaar van deze Bijbel overhandigd om te markeren dat deze ook in Nederland wordt geïntroduceerd. De Koning is beschermheer van het Nederlands Bijbelgenootschap.

In een gesprek met vertegenwoordigers van het Nederlands en het Surinaams Bijbelgenootschap hoorde de Koning meer over de achtergrond van dit project en de betekenis ervan voor christenen in Suriname. Paul Doth, directeur van het Surinaams Bijbelgenootschap: “Tot voor kort gebruikten predikanten alleen een Nederlandstalige Bijbel, terwijl de kerkdiensten meestal in het Sranan Tongo zijn. Veel Surinamers voelen zich vertrouwd met die taal. Voorgangers moesten sommige teksten vanuit het Nederlands uitleggen in het Sranan Tongo, maar dat hoeft nu niet meer.”

Aan de Bijbel in Sranan Tongo is veertien jaar gewerkt. ‘Wortu fu Gado’ (‘Gods Woord’) staat er op de kaft.

© Jeroen van der Meyde

Beëdigingen

Nieuwe ministers en staatssecretarissen leggen de eed of belofte af ten overstaan van de Koning. Naast nieuwe bewindspersonen ontvangt de Koning ook Nederlandse diplomaten die voor het eerst ambassadeur worden ter beëdiging. Hetzelfde geldt voor commissarissen van de Koning en andere hoge functionarissen, onder wie leden van de Raad van State, leden van de Algemene Rekenkamer, raadsheren bij de Hoge Raad en de Gouverneurs van Aruba, Curaçao en Sint Maarten.

De beëdiging ten overstaan van de Koning vindt plaats op grond van voorschriften daartoe in de wet. Na afloop maakt het Kabinet van de Koning een proces-verbaal van de beëdiging op. In 2017 ontving de Koning in totaal 57 personen ter beëdiging (inclusief de nieuwe bewindslieden in het kabinet Rutte III).

© ANP - Koen van Weel

8 september

Bij ons in de Jordaan

Het is één van de meest bezongen, beschreven en geromantiseerde wijken van Nederland: de Amsterdamse Jordaan. De wijk heeft een aantrekkingskracht die verder reikt dan de eigen stadsgrenzen. Zijne Majesteit Koning Willem-Alexander en burgemeester Eberhard van der Laan gingen er op 8 september op werkbezoek.

Ooit een volksbuurt, is de Jordaan tegenwoordig een ware hotspot voor mensen uit alle hoeken van de wereld. De vele toeristen die de Jordaan jaarlijks bezoeken, weten hun onderkomen vaak midden in de wijk te vinden via onder meer Airbnb. Vanwege de toenemende drukte wordt de vraag gesteld in hoeverre de bewoners zich nog thuis voelen in dit deel van de stad.

De Koning en de burgemeester bezochten er een aantal plaatsen, van een fietswinkel tot een huiskamerrestaurant, en hoorden daar hoe oude en nieuwe bewoners samenwonen in de buurt en hoe oude en nieuwe bedrijfjes de wijk levendig houden. Hoewel de drukte een lastig punt is, zijn de Jordanezen ook trots op de onderlinge saamhorigheid. “Op uw verjaardag, Koningsdag, zit hier zo 150 man met elkaar te eten”, zei Caro van der Meulen, eigenaar van Caro’s huiskamerrestaurant. De hoop is dat deze gemeenschapszin blijft, zodat Amsterdam - in de woorden van burgemeester Van der Laan – ‘de mooie stad blijft die ze is’. In café De Eland werd het tiende werkbezoek van de Koning in de reeks ‘thuisgevoel’-bezoeken afgesloten met een glas rosé met ossenworst en kaas.

© B. Uterwijk

Kort na het werkbezoek legde burgemeester Van der Laan zijn functie om gezondheidsredenen neer. Hij overleed op 5 oktober. De Koning en Koningin reageerden daarop via de Facebook-pagina van het Koninklijk Huis: “Wij herinneren ons Eberhard van der Laan als een gedreven burgemeester met hart voor zijn stad en een vurig geloof in een samenleving waarin iedereen meetelt. Hij was markant in zijn optreden en bewogen in zijn omgang met mensen. Wij wensen zijn vrouw en kinderen kracht toe bij dit grote verlies.”

© ANP - Phil Nijhuis

10 - 12 september

Sint Maarten, Saba en Sint Eustatius zwaar getroffen

Begin september raasde orkaan Irma over het Caribisch gebied, met windsnelheden van meer dan 250 km/uur. Op 6 september werden Saba, Sint Eustatius en vooral Sint Maarten zwaar getroffen door het natuurgeweld. De gevolgen waren desastreus. Negentig procent van de gebouwen op Sint Maarten raakte zwaar beschadigd. Mensen verloren het dak boven hun hoofd, de toegang tot elementaire voorzieningen als water en elektriciteit en vaak ook hun bestaansmiddelen, werk of bedrijf. Te midden van de chaos en verwoesting verleenden militairen van marine, landmacht, luchtmacht en marechaussee zo goed als zij konden noodhulp en hielpen zij bij het herstellen van verbindingen en het handhaven van de openbare orde. Met schepen en later met vliegtuigen werden zo snel als mogelijk meer hulpverleners, materieel en hulpgoederen aangevoerd.

Samen met minister Plasterk van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties vertrok Zijne Majesteit Koning Willem-Alexander op 10 september naar Curaçao, van waaruit de hulpverlening aan de Bovenwindse Eilanden werd gecoördineerd. Ze werden ontvangen door de gouverneur van Curaçao, mevrouw George-Wout, en werden bijgepraat over de actuele situatie. Ook bezochten zij een ziekenhuis waar slachtoffers en patiënten uit Sint Maarten waren ondergebracht.

© ANP - Vincent Jannink

De volgende dag reisden de Koning en de minister door naar Sint Maarten. Tijdens een rondrit over het eiland werden het menselijk leed en de ravage in volle omvang duidelijk. De Koning toonde zich diep onder de indruk van wat hij aantrof. “Dit heb ik nog nooit gezien, overal waar je kijkt zie je vernieling en ontreddering. Aan de andere kant zie je ook mensen die hard bezig zijn op te ruimen en die zeggen: schouder aan schouder gaan we het eiland weer opbouwen.”

De Koning sprak met hulpverleners en getroffenen en ging kijken in het Sint Maarten Medical Centre en in basisschool Asha Stevens, die gebruikt werd als coördinatiecentrum voor de noodhulp. Het gesprek daar ging onder meer over de veiligheidssituatie en de handhaving van de orde op het eiland.

Terwijl de Koning op Sint Maarten was, landde op vliegveld Eindhoven een eerste toestel van de Koninklijke Luchtmacht met evacués die op Curaçao waren opgepikt. Onder hen Mehrdad Zinatbakhsh. “We hebben alles moeten achterlaten. Ons huis is weg. We proberen bij mijn schoonouders tijdelijk
onderdak te vinden.”

Op 12 september bezochten de Koning en de minister ook Saba en Sint Eustatius om zich op de hoogte te stellen van de schade die Irma daar had aangericht.

© ANP - Vincent Jannink

13 september

Opslag voor radioactief afval

Voor de organisatie was het een bijzonder weerzien toen Hare Koninklijke Hoogheid Prinses Beatrix op 13 september het nieuwe opslaggebouw voor verarmd uranium opende bij de Centrale Organisatie Voor Radioactief Afval (COVRA) in Nieuwdorp. In 2003 opende zij namelijk ook al een opslaggebouw voor hoogradioactief afval bij deze organisatie. Het uranium wordt onder meer gebruikt als brandstof voor onderzoeksreactoren en kerncentrales. Daarnaast wordt het ingezet voor de productie van medische isotopen. Dit zijn radioactieve stoffen waarmee bijvoorbeeld kankerpatiënten worden behandeld.

In een bijzonder gebouw genaamd VOG-2 (Verarmd uranium Opslag Gebouw 2), dat in samenwerking met kunstenaar William Verstraeten tot stand is gekomen, vindt de opslag plaats. Het blauwe gebouw heeft opvallende oranje banen op de buitenmuren in de vorm van een zonnewijzer. Dit symbool maakt duidelijk dat alleen de tijd radioactief afval uiteindelijk onschadelijk maakt. VOG-2 moet de komende honderd jaar het afval huisvesten en is zo ontworpen dat er eenvoudig een stuk kan worden aangebouwd.

Onder de aanwezigen was ook cultuurhistoricus Gerard Rooijakkers, die een betoog hield over het bewaren van afval. Omdat radioactief afval zo lang bewaard dient te worden, sprak hij van ‘erfgoed’: “Je geeft het immers generatie op generatie door. Dit schept de verplichting om hier goed mee om te gaan, zoals met ander onvervreemdbaar erfgoed als kroonjuwelen of de Nachtwacht van Rembrandt.”

© ANP

14 september

Aziëbibliotheek van wereldformaat

Het Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde (KITLV) in Leiden is een goed voorbeeld van een onderzoeksinstituut dat zich steeds weer aanpast aan veranderende tijden. Opgericht in 1851met het doel kennis bijeen te brengen over de toenmalige koloniën, heeft het zich ontwikkeld tot een instituut dat actuele onderzoeksvragen niet schuwt. Het accent ligt daarbij op Indonesië en de 'Nederlandse’ Cariben. Hare Majesteit Koningin Máxima is beschermvrouwe van het KITLV en bracht er op 14 september een werkbezoek. Zij sprak met onderzoekers over hun studie naar onder meer dekolonisatie en geweld in Indonesië in 1945-1950 en het cultureel erfgoed van de Caribische eilanden.

Aansluitend opende de Koningin de Asian Library. Hierin is de Aziatische collectie van het KITLV samengevoegd met collecties van de Universiteit Leiden en de Koninklijk Instituut voor de Tropen. Zo ontstond een van de grootste Azië-bibliotheken in de Westerse wereld, met een schat aan unieke manuscripten, foto’s, kaarten, boeken en tekeningen. Peter Frankopan, Professor of Global History in Oxford, hield de feestrede. “Leiden is een toonaangevende universiteit, met een ruim vierhonderd jaar omspannende wetenschappelijke traditie om trots op te zijn. U zult het met me eens zijn dat deze prachtige nieuwe bibliotheek een passende behuizing is voor een collectie van wereldformaat. Een van de zeldzame voorbeelden van een perfecte balans tussen kwantiteit en kwaliteit.”

© ANP - Koen van Weel

14 september

Lang leve de galgmug en roofmijt

Duurzame tuinbouw krijgt vleugels bij Koppert Biological Systems in Berkel en Rodenrijs. Dit familiebedrijf behoorde vijftig jaar geleden tot de pioniers die gingen experimenteren met biologische gewasbescherming. Want waarom naar de spuitbus met chemicaliën grijpen ter bestrijding van luis en spint op de komkommerplant, als de sluipwesp, galgmug en roofmijt daar wel raad mee weten? Deze natuurlijke vijanden bestrijden de plaag op een veel duurzamer manier.

In vijf decennia groeide Koppert Biological Systems uit tot een internationale onderneming met 25 dochtervestigingen. Haar natuurlijke oplossingen worden nu wereldwijd ingezet tegen plagen en ziekten in de land- en tuinbouw. Op 14 september ging Zijne Majesteit Koning Willem-Alexander naar Berkel en Rodenrijs voor de opening van het nieuwe ‘Experience Centre’, een informatiecentrum voor telers, onderzoeksinstellingen, studenten en overheden uit binnen- en buitenland. Hier is ook informatie te vinden over natuurlijke vormen van bestuiving. In 1987 werd bekend dat hommels een prima alternatief zijn voor handmatige bestuiving van tomaat. Koppert is toen direct begonnen met het kweken van de aardhommel Bombus terrestris. Inmiddels worden hommels over de hele wereld gebruikt, met als resultaat grote besparingen op arbeidskosten en verbetering in vruchtkwaliteit.

Directeuren Paul Koppert en Henri Oosthoek leidden de Koning rond. Henri Oosthoek: “We staan nog maar aan het begin. We willen telers en boeren duurzame teeltmethodes aanreiken en met vereende kracht toewerken naar 100% duurzame land- en tuinbouw wereldwijd.”

© ANP - Robin van Lonkhuijsen

15 september

Blauwe As in Assen

Varen van Groningen naar Meppel langs de historische binnenstad van Assen. Dat was een halve eeuw lang niet mogelijk omdat de verbinding was verbroken. Het in 1860 gegraven Kanaal dat de Vaart verbond met het Noord-Willemskanaal werd in de jaren zestig van de 20ste eeuw gesloten voor vaarverkeer. Zonde, want zo kregen pleziervaarders weinig kans om Assen beter te leren kennen. In 2012 werd daarom begonnen met de aanleg van de Blauwe As, een nieuwe recreatieve vaarroute door Assen. Niet alleen de vaarweg, ook bruggen, sluizen, oevers en wegen werden vernieuwd. Zijne Majesteit Koning Willem-Alexander kwam op 15 september naar de stad om de Blauwe As te openen. Hij verkende de nieuwe route per boot en sprak met tal van mensen die betrokken zijn bij dit project.

De Blauwe As is een onderdeel van het ontwikkelingsprogramma FlorijnAs, waar ook de bouw van een nieuw station en het opknappen van verouderde locaties in de Asser binnenstad toe behoren. Projectmanager Margriet Greving: “Het hele gebied heeft een enorme push gekregen. Het ligt er prachtig bij en wordt met de bouwplannen die er zijn voor de voormalige brandweerkazerne en het Mercuriustheater nog veel mooier. We hopen dat de hele stad de Blauwe As omarmt.” Burgemeester Marco Out was blij met de komst van de Koning. “Door het bezoek voelen we dat er veel waardering voor het werk is. We zetten hier iets bijzonders neer en daar krijgen we bijzondere aandacht voor.”

© Gemeente Assen - Paul Meijer

15 september

De Mondriaan van de dans

“Ik wil mezelf absoluut niet met Mondriaan op één lijn stellen, al is er wel een aantal overeenkomsten: helderheid, overzichtelijkheid, strakheid en het gedeelde uitgangspunt less is more.” Met deze woorden beschrijft choreograaf Hans van Manen zijn eigen werk. Van Manen is één van de grootsten in de geschiedenis van Nederlandse dans en heeft een indrukwekkende internationale reputatie. Ruim vijftig gezelschappen voeren zijn balletten over de hele wereld uit. Ter viering van zijn 85ste verjaardag stelde het Nationale Ballet een programma samen met hoogtepunten uit zijn werk. Zijne Majesteit Koning Willem-Alexander en Hare Majesteit Koningin Máxima woonden op 15 september de première van ‘Ode aan de Meester’ bij in het Amsterdamse Muziektheater. Zij zagen onder meer 5 Tango’s uit 1977, Sarcasmen uit 1981 en Symphonieën der Nederlanden op muziek van Louis Andriessen uit 1987.

Van Manen zelf vindt zijn leeftijd niet zo belangrijk. “Een kunstenaar van 85 schijnt iets bijzonders te zijn. Maar als je bedenkt dat we straks allemaal 135 worden, ben je als 85-jarige natuurlijk nog maar een snotneus.”

'Ode aan de Meester’ was na een voorstellingsreeks in Amsterdam te zien in theaters door heel Nederland.

© M. Graste

16 september

25 jaar De Pont

Een oude wolspinnerij in de textielstad Tilburg biedt sinds september 1992 onderdak aan een bijzonder museum: De Pont. De Pont is vernoemd naar zakenman Jan de Pont (1915-1987) uit wiens nalatenschap een stichting ‘ter stimulering van de hedendaagse kunst’ kon worden opgericht. In korte tijd maakte dit private initiatief naam in de kunstwereld. De collectie omvat werken van toonaangevende hedendaagse kunstenaars als Giuseppe Penone, Jeff Wall, Marlene Dumas, Ai Weiwei, Luc Tuymans, Rineke Dijkstra, Thomas Schütte, Fiona Tan en Bill Viola.

Ter gelegenheid van zijn 25-jarig bestaan organiseerde het museum de jubileumexpositie WeerZien, met kunstwerken die sinds 1992 als bruikleen in De Pont te zien waren geweest. Hare Koninklijke Hoogheid Prinses Beatrix woonde de opening bij en nam een nieuw werk van Anish Kapoor in ogenschouw dat de gemeente Tilburg, ondernemers en particulieren uit Brabant aan het museum hadden aangeboden. De zes meter hoge sculptuur Sky Mirror heeft de vorm van een gebogen spiegel waarin de lucht en voorbijdrijvende wolken te zien zijn. Het werk staat voor het museum in een Japans aandoende tuin met vijver.

Anish Kapoor wilde met liefde en plezier meewerken aan dit cadeau omdat hij tweemaal in De Pont heeft geëxposeerd. “De Pont heeft mij gesteund, nu steun ik het museum.”

© Hollandse Hoogte - Anneke Janssen

19 september

Troonrede

Op 19 september was het de vijfde keer dat Zijne Majesteit Koning Willem-Alexander de Troonrede uitsprak. Het was de kortste tot dan toe tijdens zijn regeerperiode: 1648 woorden.

De Troonrede begon met een uiting van solidariteit met de slachtoffers van orkaan Irma, die eerder
in september grote schade aanrichtte in de Caraïben. “Vandaag zijn ons hart en onze gedachten in de eerste plaats bij de inwoners van Sint Maarten, Saba en Sint Eustatius, die zo zwaar getroffen zijn door de verwoestende kracht van orkaan Irma. Wij allen leven intens mee. Juist in deze moeilijke omstandigheden wordt de onderlinge verbondenheid in het Koninkrijk zichtbaar.”

Tijdens de traditionele rijtoer naar de Ridderzaal passeerde de stoet met de Glazen Koets ook het Kabinet van de Koning aan de Korte Vijverberg. Aan het raam zat Hare Koninklijke Hoogheid Prinses Beatrix, die de inzittenden enthousiast toewuifde.

Tot de vele toeschouwers langs de route behoorden ook Lilian Scharbaai uit Curaçao en haar dochter, die de stoet vanaf de tribune op het Lange Voorhout voorbij zagen komen. “Ik ben net zeventig geworden en dit is een prachtig verjaardagscadeau. Ik heb een lange vlucht achter de rug, maar het is het waard. Ik wilde hier zo graag een keer bij zijn en zag dat je plekken op de tribune kon regelen. Dit is dus mijn cadeau geworden.”

© Hollandse Hoogte - Frank van Beek

19 - 21 september

Verenigde Naties

Sinds 2009 is Hare Majesteit Koningin Máxima speciale pleitbezorger van de secretaris-generaal van de Verenigde Naties voor inclusieve financiering voor ontwikkeling. Ieder jaar brengt zij aan hem rapport uit over haar werkzaamheden. Op 20 september ontving secretaris-generaal António Gutteres haar nieuwe verslag, tijdens de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties in New York.

In haar voorwoord schetst Koningin Máxima aan de hand van een concreet voorbeeld hoe toegang tot financiële diensten het leven van mensen positief kan veranderen. Zij vertelt het verhaal van een vrouw die zij in Indonesië ontmoette: Susanti, een kleine ondernemer die thee en honing verkoopt. Susanti bewaarde het geld dat zij verdiende in een doos omdat een bank te ver weg was. Dat maakte het moeilijk te sparen. Gelukkig kwam een bank met een oplossing: een digitale spaarrekening die heel simpel met de mobiele telefoon toegankelijk is. Lokale winkeliers fungeren als kleine bankagentschappen waar zij geld kan inleggen of opnemen. Het resultaat is dat Susanti nu veel beter in staat is greep te houden op haar financiën en voldoende geld opzij kan leggen voor de opleiding van haar dochter.

Tijdens haar bezoek aan New York had de Koningin een groot aantal gesprekken met wereldleiders en vertegenwoordigers van bedrijven en organisaties die zich met haar inzetten voor een betere toegang tot financiële diensten voor iedereen. Zo nam zij deel aan een Bloomberg-forum waar zij meediscussieerde over het thema ‘inclusieve economie’.

21 september

'Hé, ze bijten niet'

Een opvanghuis voor verslaafden roept bij omwonenden meestal weinig enthousiaste gevoelens op. Vaak leven de cliënten en de andere wijkbewoners langs elkaar heen, zonder ‘natuurlijke’ mogelijkheden om elkaar wat beter te leren kennen. In Apeldoorn hebben ze een manier gevonden om hier iets aan te doen. Stichting Omnizorg, die mensen met een verslaving en daklozen ondersteunt, heeft de open ruimte naast het gebouw benut voor de aanleg van een buurttuin. Hier zijn alle buurtbewoners welkom om als vrijwilliger de moes- en siertuintjes te onderhouden en te genieten van het groen. En dat werkt. De zorg voor het gezamenlijke groen brengt de mensen dichter bij elkaar en bevordert het onderling begrip. In de woorden van Nericha Marchena, die als coach aan het initiatief verbonden is: “Mensen van buiten kijken toch een beetje neer op verslaafden of ze vinden hen eng. Wij brengen de mensen bij elkaar. Dan ontdekken ze: hé, ze bijten niet.”

Zijne Majesteit Koning Willem-Alexander bracht op 21 september een werkbezoek aan Omnizorg en sprak met medewerkers, buurtbewoners en cliënten. Ook kreeg hij een rondleiding door de tuin. Hij hoorde uit de eerste hand hoe het werk in de moestuin mensen met een verslaving rust kan geven en hen kan helpen zich minder machteloos en geïsoleerd te voelen.

Stichting Omnizorg neemt deel aan het programma ‘Groen Verbindt’ van het Oranje Fonds.

© ANP - Robin van Lonkhuijsen