Een kijkje in de wereld van Paleis Noordeinde

Paleis Noordeinde is eigendom van het Rijk, dat het ter beschikking heeft gesteld van Zijne Majesteit de Koning. Bijna het hele jaar door wordt Paleis Noordeinde intensief gebruikt door de Koning, Koningin Máxima en de medewerkers van de Dienst Koninklijk Huis. Maar midden in de zomer is het rustiger in het werkpaleis. Dat maakt het mogelijk in die weken bezoekers te ontvangen en kennis te laten maken met dit bijzondere nationaal erfgoed. Op zaterdag 23 juli opende Paleis Noordeinde voor het eerst zijn deuren voor het publiek. Op vier achtereenvolgende zaterdagen verwelkomde een enthousiaste groep vrijwilligers uit de hoforganisatie 9.500 bezoekers, die zich daarvoor via een speciale website hadden opgegeven. Ook het Koninklijk Staldepartement was een aantal middagen te bezichtigen. Van die mogelijkheid maakten bijna 10.000 bezoekers gebruik. De ervaringen waren zo positief, dat Paleis Noordeinde en de Koninklijke Stallen in de zomer van 2017 opnieuw een aantal dagen hun poorten en deuren zullen openen.

De bezoekers van Paleis Noordeinde konden in hun eigen tempo een groot deel van het gebouw verkennen. Velen zullen de indruk hebben gekregen in een museum te zijn. Maar dat is Paleis Noordeinde niet. Door het jaar heen gonst het gebouw van de activiteiten. De Koning en Koningin hebben er hun kantoor en ontvangen er gasten.

© Maarten Schuth

Zo ontving de Koning er op 16 december de Groningse Nobelprijswinnaar Prof. dr. Ben Feringa, die kort daarvoor in Stockholm de Nobelprijs voor Scheikunde uitgereikt had gekregen. Buitenlandse gasten kunnen op Paleis Noordeinde overnachten. Er worden lunches en diners gegeven voor kleine en grote gezelschappen. De Uitblinkerslunches voor Nederlanders die een bijzondere prestatie hebben geleverd, zijn hiervan een voorbeeld. Op woensdagochtend neemt de Koning in het paleis de geloofsbrieven in ontvangst van nieuwe ambassadeurs. Ook beëdigt hij er hoge functionarissen. Elk jaar komen er tienduizenden poststukken, brieven en e-mails binnen die zorgvuldig worden behandeld en beantwoord. De honderden bezoeken en activiteiten van Koning, Koningin en Prinses Beatrix worden vanuit Paleis Noordeinde tot in de puntjes voorbereid. Elke maandagochtend nemen zij er gedrieën met hun adviseurs de lopende zaken door. Adjudanten, lakeien, ICT’ers, portiers, medewerkers van de secretariaten, de thesaurie, de intendance, het bureau van de Ceremoniemeester en het departement van de Hofmaarschalk zorgen dat alles op rolletjes loopt. En soms is het groot feest op het pal eis, zoals bij de jaarlijkse uitreiking van de Appeltjes van Oranje in de Grote Balzaal.

© Rotapool, foto: Najib Nafid

Om de duizenden bezoekers tijdens de zomeropenstelling op een goede manier te kunnen ontvangen, waren wel de nodige voorbereidingen nodig. Er werd een introductiefilm gemaakt en een boekje voor de bezoekers: ‘Welkom in Paleis Noordeinde en de Koninklijke Stallen’. Voor kinderen kwam er een speciale uitgave. Er werd een route door het paleis uitgestippeld en een loper uitgerold die de hele route markeerde. In de Galerijzaal werd een tafel ingedekt met servies en bestek uit de tijd van Willem II. Paspoppen werden aangekleed met de verschillende livreien, van dagelijks tenue tot ‘gala’. Er werden medewerkers geworven die gastheer- of vrouw, verteller, suppoost, garderobemedewerker of begeleider van mindervalide gasten wilden zijn. De beveiliging werd aangepast aan de grote bezoekersstroom. Er werd een website gebouwd via welke bezoekers zich konden aanmelden (alle beschikbare kaarten voor Paleis Noordeinde waren binnen zes uur op). Er werd een proefdag georganiseerd met buurtbewoners en een persrondleiding waaraan tientallen media deelnamen. En natuurlijk kreeg alles nog een extra poetsbeurt voordat de deuren dan eindelijk opengingen voor het publiek, op zaterdag 23 juli.

© Maarten Schuth

Bezoekers mochten zelf bepalen hoe lang ze over hun tocht door het paleis deden. Sommigen hielden een fiks tempo aan en waren in een half uur klaar. Anderen lieten alles rustig op zich inwerken en bleven tweeëneenhalf uur rondkijken. Op een aantal plekken in het paleis vertelden medewerkers van de Dienst Koninklijk Huis meer over de geschiedenis en het gebruik van de diverse ruimtes. De reacties van de bezoekers na afloop waren heel positief. Een groot aantal van hen liet een bericht achter op de Facebook-pagina van het Koninklijk Huis of gaf op andere wijze feedback. “De ontvangst was heel vriendelijk, waardoor wij ons echt welkom voelden. De trots en betrokkenheid van de staf waren voelbaar”, schreef mevrouw Vermeulen. Bezoekster Marianne de Jonge liet weten: “Hulde aan de medewerkers van Paleis Noordeinde. Druk, lange rijen, maar hostmanship ten top.” Veel bezoekers vroegen wel aandacht voor de ticketwebsite die de grote belangstelling bij de lancering op 30 juni niet goed aan kon, naar later bleek omdat de achterliggende betaalfunctie niet goed werkte.

© ANP, foto: Lex van Lieshout

Een bijzondere ruimte die de bezoekers konden bekijken, was de Puttikamer. Hier bespreken de Koning, de Koningin en Prinses Beatrix op maandagmorgen de lopende zaken met hun adviseurs in de wekelijkse Secretarievergadering. Honderden putti (mollige kinderfiguurtjes) sieren de wandbespanning van deze kamer, die in de jaren zestig van de negentiende eeuw als salon werd gebruikt door Koningin Sophie, de vrouw van Koning Willem III. Natuurlijk voerde de route ook door de Grote Balzaal, met 25 meter de grootste ruimte van het paleis. De balzaal werd in 1822 gerealiseerd in opdracht van Koning Willem I. Destijds werd de ruimte verlicht met 800 kaarsen, waarvan de vlammetjes gloedvol weerkaatsten in het gladde stucmarmer (scagliola). Gedanst wordt er niet meer in de Balzaal. Maar banketten en grote ontvangsten worden er nog regelmatig gegeven.

In de vestibules vallen de moderne plexiglas deuren op, met een afbeelding van tekenende handen. Zij zijn een ontwerp van Marthe Röling uit 1987.

Heel kwetsbaar is de Indische Zaal, een huwelijksgeschenk van Nederlands-Indië aan Koningin Wilhelmina en Prins Hendrik. Getalenteerde hout- en beeldsnijders uit de Indonesische archipel hebben vijf jaar gewerkt aan de meer dan duizend houten elementen van de vloer, de wanden en lijsten en het plafond. In 1906 was alles – zonder spijkers en schroeven – gemonteerd. De zaal is niet goed bestand tegen schommelingen in vochtigheid en temperatuur en wordt daarom alleen voor kleine ontvangsten gebruikt. Tijdens de zomeropenstelling was de Indische Zaal vanaf de drempel te bewonderen.

© Maarten Schuth

De Balkonkamer was wel ‘van binnenuit’ te bezichtigen. Deze kamer ontleent zijn naam aan het balkon waarop de Koning en Koningin op Prinsjesdag de toegestroomde belangstellenden groeten. De Koning gebruikt de Balkonkamer vaak, onder meer voor ontmoetingen met ambassadeurs en andere hoge gasten.

© Hollandse Hoogte

Paleis Noordeinde heeft een markante geschiedenis van bijna 500 jaar. Koningin Beatrix nam het in 1984 in gebruik als werkpaleis. In de eeuwen daarvoor is het gebouw altijd nauw verbonden geweest met het Oranjehuis. Louise de Coligny, de weduwe van Willem van Oranje, woonde er en stadhouder Frederik Hendrik hield er grote ontvangsten. Na de Franse tijd nam Koning Willem I er zijn intrek. Eén Koning en twee Koninginnen werden op Paleis Noordeinde geboren: Willem II in 1792, Wilhelmina in 1880 en Juliana in 1909.

In de loop der eeuwen is het gebouw ingrijpend van karakter veranderd. Oorspronkelijk was het een hofstede, die in 1533 werd verbouwd tot woonhuis. Frederik Hendrik kreeg het in 1609 ten geschenke van de Staten van Holland. Hij breidde ‘het Oude Hof’, zoals het toen heette, fors uit en gaf het vorstelijke allure. Architecten Jacob van Campen en Pieter Post gaven het gebouw een classicistisch aanzien volgens de mode van die tijd. Er werd een voorgevel met twee vleugels opgetrokken, en ook aan de achterkant kreeg het paleis twee vleugels. Van bovenaf gezien heeft het paleis daarmee een H-vorm.

© RVD

Na de dood van Amalia van Solms, de echtgenote van Frederik Hendrik, raakte het Paleis in onbruik. Pas in de late 18de eeuw kwam het weer in beeld, toen stadhouder Willem V het opnieuw liet inrichten voor zijn zoon Willem Frederik. Na de ballingschap van de Oranjes in de Franse tijd, keerde Willem Frederik in 1813 naar Nederland terug. Als Willem I nam hij in 1815 de titel Koning der Nederlanden aan. Paleis Noordeinde - deels heringericht in empirestijl - werd zijn winterpaleis. Uit die jaren dateert onder meer de Grote Balzaal. Latere Koningen en Koninginnen hebben eveneens hun stempel op Paleis Noordeinde gedrukt. Koning Willem III liet een aantal staatsievertrekken moderniseren door de Belgische architect Henri Camps. Onder Koningin Wilhelmina werd de sfeervolle Indische Zaal gerealiseerd.

© Gemeente Den Haag

In 1948 verwoestte een uitslaande brand een aantal vertrekken in het middendeel van het paleis. De schade was enorm, niet alleen door vuur en rook, maar ook door het bluswater. Het stucplafond van de Balkonkamer ging geheel verloren en werd later nauwgezet gereconstrueerd. Ook kreeg het paleis bij de restauratie een hoog schilddak.

Koningin Juliana werkte en woonde niet op Paleis Noordeinde, maar op Paleis Soestdijk. Het was Koningin Beatrix die Paleis Noordeinde in 1984 weer in gebruik nam als werkpaleis. Om het gebouw geschikt te maken voor intensief dagelijks gebruik, werd in de Achtervestibule een tweede trappartij aangelegd: de Koninginnetrap. Er kwamen moderne accenten in het gebouw, zoals de grote plafondschildering van Rudi van de Wint boven de Koninginnetrap en de plexiglasdeuren van Marthe Röling tussen de vestibules.

Koning Willem-Alexander handhaafde in 2013 Paleis Noordeinde als werkplek en ontvangstruimte en als kantoor van een groot deel van de Dienst Koninklijk Huis. Vandaag de dag is Paleis Noordeinde bijna 500 jaar jong, en nog steeds het kloppend hart van de hoforganisatie.

© ANP, foto: Lex van Lieshout